Peuters en kleuters willen graag alles tegelijk. Als ze één bak omgooien, volgt meestal de tweede en de derde, en al snel ligt de hele kamer vol. Opruimen lijkt dan een onmogelijke opdracht. Het loont om kinderen te leren om telkens één bak te nemen, ermee te spelen en die weer op te ruimen voor een nieuwe bak aan bod komt.
Dat leren gaat niet in één dag. In het begin kan een volwassene meespelen en de regel zacht herhalen: eerst deze bak, dan de volgende. Dat kan speels: de bak krijgt een naam, of het kind mag beslissen welke bak vandaag aan de beurt is. Als het lukt, mag het kind trots zijn, en dat maakt het de volgende keer makkelijker.
Een rustige indeling helpt
Het helpt als de bakken niet te groot en niet te vol zijn. Een bak die overloopt, nodigt uit tot uitgieten. Een bak met genoeg ruimte laat het kind kijken en kiezen. Ook een vaste speelplek helpt: een tapijtje of een deken waarop de bak wordt leeggemaakt, geeft aan waar het spel begint en eindigt.
Bakken die op ooghoogte staan, zijn voor kinderen makkelijker te nemen, en ze kunnen ze ook zelf terugzetten. Een lage plank met enkele bakken volstaat. Meer bakken betekent meer keuze, maar ook meer werk. Beter weinig en overzichtelijk dan veel en verwarrend. Wie merkt dat het te veel wordt, kan een deel van de bakken tijdelijk in de kast zetten.
Soms lukt het niet, en dat is oké. Er zijn dagen waarop een kind veel wil en weinig kan. Dan helpt het om niets te forceren en samen op te ruimen, zonder verwijten. De regel blijft bestaan, maar wordt vriendelijk toegepast. Het gaat niet om perfectie, maar om een gewoonte die groeit.
Na verloop van tijd beginnen kinderen zelf op te ruimen voordat ze iets nieuws pakken. Het is een kleine stap, maar ze maakt het dagelijkse leven een stuk rustiger. Volwassenen hoeven niet steeds te vragen, en kinderen ervaren dat ze de baas zijn over hun eigen speelgoed. Dat geeft een goed gevoel aan iedereen in huis.